zondag 6 januari 2013
Een droom
Kantonrechter: Er ontbreekt iets aan de stukken. Wat is eigenlijk uw beroep?
Ik: Journalist. Ik ben zelfs de beste journalist van Nederland.
Kantonrechter: Nou, u durft nogal iets te beweren.
Ik: Edelachtbare, ik sta onder ede. Ik moet toch de waarheid zeggen.
(Vrij naar George Arliss, een Brits acteur, die leefde van 1868 tot 1946.)
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
10:01:00
0
reacties
zaterdag 5 januari 2013
Graag wat aandacht voor Willem Paap
Hij werd in 1856 te Winschoten geboren in een eenvoudig gezin. Eenmaal onderwijzer, wilde hij gaan studeren. Hij voelde het meest voor letterkunde, maar zijn vriend Multatuli raadde hem dat af: daar was geen droog brood in te verdienen. Hij koos voor rechten en vestigde zich als advocaat.
Zijn liefde voor de schone letteren bleef echter intact. Zo werd hij een der oprichters van het tijfschrift De Nieuwe Gids, de spreekbuis van de Beweging van Tachtig. Al na een jaar verliet hij de redactie. Het waarom is mij niet duidelijk geworden; misschien kon hij niet op tegen de enorme ego's van sommige auteurs. Kloos noemde zichzelf 'een God in het diepst van mijn gedachten' en Van Deyssel schreef zijn vader, de plechtige grand bourgeois Joseph Alberdingk Thijm: 'Gij kunt het niet helpen dat gij minder zijt dan ik.'
De naam Willem Paap zal weinigen nog iets zeggen. Jammer. In het voorwoord tot de derde druk (1936) van Paaps roman Vincent Haman verwonderde de vermaarde criticus Menno ter Braak zich dat het boek sedert de verschijning in 1898 zo weinig aandacht had getrokken.
Vincent Haman is een sleutelroman. De familie Haman staat voor de Nederlandse letterkunde, de titelfiguur voor Van Deyssel. Ik deel het gevoelen van Ter Braak; ik heb het boek een paar decennia geleden gelezen en vond het hoog interessant.
Voor zijn gezondheid verkaste Paap, na enkele jaren Berlijn, zich naar het bosrijke Zeist; waar hij in 1923 is overleden.
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
08:26:00
0
reacties
Labels: bellettrie, Kloos, Multatuli, Paap, romans, Tachtigers, Ter Braak, Van Deyssel
vrijdag 4 januari 2013
Winter 2013...
Wat een winter! Dat wordt dus volgende maand bramen plukken.
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
12:51:00
0
reacties
Labels: bloemen en planten, madeliefjes, meizoentjes, weer, winter
Bordewijks 'Karakter': magistraal en onverwoestbaar
Ik verkeerde in de veronderstelling dat ik van Ferdinand Bordewijk onderhand wel zo goed als alles had gelezen.
Ik ben begonnen tijdens mijn militaire dienst, als vulling van enkele der talloze uren die wij krachtens wet en regelgeving moesten besteden aan lanterfanten, met het onvermijdelijke Bint. Min of meer logischerwijze volgden kort daarop Blokken en Knorrende beesten. Later casu quo veel later de bundels korte verhalen en de romans Rood paleis, De wingerdrank, Eiken van Dodona, Noorderlicht, De doopvont enzovoorts enzovoorts.
Karakter, naast Bint Bordewijks populairste boek, hoorde daar natuurlijk ook bij. Dacht ik. Tot ik rond de jaarwisseling toevallig ontdekte dat het al bijna zestig jaar aan mijn leeshonger was ontsnapt. Raar maar waar. Deze lacune heb ik schielijk opgevuld. Tot mijn onuitsprekelijk genoegen. Wat een meesterlijk werk! Hoewel niet langer bedlegerig heb ik het in drie rukken, verdeeld over twee dagen, uitgelezen.
Simon Vestdijk was bij de verschijning van de roman in 1938 laaiend enthousiast. Dat begrijp ik. De gevierde criticus Menno ter Braak daarentegen trof in de tweede helft van het boek te veel zwakke momenten aan, die de aandacht deden verslappen, en 'een te groot quantum bijfiguren (...) waaraan onevenredig veel aandacht wordt besteed'. Dat begrijp ik niet. Intrigerende vraag: zou hij hier onder anderen doelen op de juridisch secretarese Lorna te George? Hoe fijn heeft Bordewijk haar getekend! Wie zou er model voor hebben gestaan? De auteur moet het van deze vrouw wel hevig te pakken hebben gehad. (En mij is juffrouw Te George eerlijk gezegd ook niet onverschillig gebleven.)
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
12:43:00
0
reacties
Labels: bellettrie, Bordewijk, romans, Ter Braak, Vestdijk
donderdag 3 januari 2013
MARCELLUS EMANTS, DEZE KANJER
Wat werd er vroeger toch goed geschreven!
Door Marcellus Emants bijvoorbeeld (Voorburg, 1848-Baden, Zwitserland, 1923), een van de weinige Nederlandse auteurs uit de naturalistische school. De Super-Tachtiger Wilem Kloos noemde hem ‘de Johannes Baptista (wegbereider, hk) der moderne literatuur’.
Als zijn beste werk geldt ‘Een nagelaten bekentenis’ uit 1894, een roman over een man die zijn vrouw heeft vermoord. Het werd destijds geprezen door een komeet aan het firmament van de schone letteren, te weten Oscar Wilde. Niet zonder betekenis is ook dat het in 1976 is vertaald, als ‘A Posthumous Confession’, door een andere grootheid, de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee (in 2003 gelauwerd met de Nobelprijs.)
Van Emants heb ik de afgelopen maanden een stuk of vier werken gelezen, laatstelijk zijn lijvige roman ‘Inwijding’ uit 1901, die gaat over de onmogelijke liefde tussen een jonge jurist van goeden huize en een vrouw van lichte zeden. Het is niet alleen een boeiend verhaal op zich, andere pakkende aspecten zijn de geharnaste tirades van de schrijver tegen de burgerlijke moraal en de meesterlijke tekening van letterlijk alle figuren (daarbij vergeleken is Harry Mulisch slechts een krullenjongen.)
Emants wordt gezien als een voorloper van de Tachtigers. Hij sympathiseerde met hun opvattingen over de autonomie van de kunst, maar moest niet veel hebben van hun woordgegoochel. Waarvan hij overigens niet geheel onbesmet is gebleven. Nu vind ik dat geen bezwaar; naar mijn mening moet je alles in zijn tijd plaatsen; wie er zich toch aan stoort, leze er maar snel overheen.
De Antwerpse auteur Maurice Gilliams (1900-1982) heeft ooit geschreven: ‘Lodewijk van Deyssel is een hele grote meneer. Als die man in het Frans geschreven had, zou hij wereldberoemd zijn geworden.’ Ik durf te beweren: dat geldt stellig ook voor Marcellus Emants. Hij zou zijn opgenomen onder de veertig ‘onsterfelijken’ van de ‘Académie’. En op de Nobelprijs zou hij ook een gerede kans hebben gemaakt.
(Afbeelding: Emants anno 1897. Lithografie van Theo Kerstel)
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
12:20:00
0
reacties
Labels: bellettrie, Coetzee, Emants, Gilliams, Kerstel, Kloos, Mulisch, naturalisme, romans, Van Deyssel, Wilde
woensdag 2 januari 2013
HENK REDIVIVUS
De zaak is dat ik in september ben besprongen door een bacterie, die mij het leven lelijk zuur heeft gemaakt. Moest een maand het bed houden. Hoge koorts (40.4).Vijf nachten nauwelijks een oog dicht gedaan. Waarvan ik zo daabs was dat ik in de badkamer met mijn volle rechterkant op de harde tegeltjes kwakte. Ik mag van geluk spreken dat ik niets brak. Ik zat wel vol bloeduitstortingen, zodat ik een week mijn bed nauwelijks in- en uit kon.
Van de antibiotica werd ik nog zieker dan ik al was. Gestopt na drie dagen. Kuur met ander spul. Dat verdroeg ik wel, zij het dat ik er drie maanden zo slap van ben geweest als een vaatdoek. Het scheen ook tegen de infectie te helpen. Scheen -- want vorige maand toonden twee controles aan dat de bacterie een bijzonder taaie rakker was; in mijn systeem werd althans nog een restje aangetroffen. Zojuist heb ik antibioticakuur nummer 3 achter de rug. Aanstaande maandag krijg ik van mijn lijfarts te horen of ik nu helemaal ‘schoon’ ben.
Zoveel is zeker dat ik niet opnieuw aan het antibiotische vergif ga. Ik heb het gevoel dat ik er vol mee zit tot aan mijn strot. En je moet ergens aan dood gaan. Ik voel me trouwens prima.
Dus slaat deze jongen weer aan het bloggen. Om het met onze geliefde vorstin te zeggen: ‘Aan allen dit dit lezen saluut!’
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
12:19:00
0
reacties
Labels: Antibiotica, Scènes de la vie quotidienne





