zondag 5 september 2010

Te huur

zaterdag 4 september 2010

Daarom ben ik de Kamer niet gaan doen

Verbijsterd en geërgerd vraagt de burger zich af of het de Haagse heren om het landsbelang te doen is dan wel om een competitie wie de grootste pik heeft.

Na mijn studie in Parijs keerde ik terug naar mijn oude krant, waar ik de sociaal-economische redactie onder mij kreeg (deze bestond uit één journalist: mijzelf) en ook werd geacht commentaren te schrijven. Mijn eerste bijdrage gold een pleidooi voor vermogensaanwasdeling, een afschuwelijk woord voor een schone zaak: dividend niet uitsluitend voor de aandeelhouders maar ook voor de werknemers. Een van mijn hoofdredacteuren (ik had een tijdje vier stuks!), een man die tijdens zijn studentenjaren in Duitsland saloncommunist was geweest, zei na lezing van mijn kopij: 'Ik denk dat je gelijk hebt' en zo kwam het artikel in de krant. Maar de grote baas van onze dagbladholding schrok zich een ongeluk: hij zag al onrust op de redacties, sit down-stakingen, sympathiebetogingen in de stad, traangas, charges van politie te paard en meer van dat ongerief en verordonneerde dat ik mijn commentaarpen moest neerleggen.

Misschien heeft hij ook geprobeerd mij weg te promoveren. In die tijd waren de Haagse en parlementaire redacties van onze krantengroep beneden peil en merkwaardigerwijze werd mij alras na mijn opruiend geschrift gevraagd of ik 'de Kamer wilde gaan doen'. Ik hield de boot af, met de ene smoes na de andere. Maar de druk werd steeds sterker. Op zekere avond belde dezelfde hoofdredacteur van boven -- hij had een flinke snee in zijn neus -- mij op en smeekte mij bijna toch naar Den Haag te gaan. Omdat ik de man graag mocht, besloot ik klare wijn te schenken en deed uit de doeken wat mijn bezwaren waren.

Ik heb alle achting voor ons democratisch bestel op zich, zei ik, en alle minachting voor het gros van onze parlementariërs, met hun belabberde Nederlands, hun onvermogen zich kort en krachtig, helder en puntig uit te drukken, hun gebrek aan een soliede en brede culturele bagage, hun mediageilheid, hun materialisme, hun ellebogenwerk, hun baantjesjagerij en hun haantjesgedrag. 'Vindt u het verstandig,' vroeg ik, 'de parlementaire nieuwsgaring toe te vertrouwen aan een journalist die er zo over denkt?'

De zaak was van de baan. Ik ben er nimmer anders over gaan denken. Zeker de laatste tijd niet.

woensdag 1 september 2010

De zwerver als hond


Van het onvolprezen http://laurensjzcoster.blogspot.com/ ontvang ik elke dag in mijn postbus een gedicht. Dat van vandaag is geschreven door Jan Prins (pseudoniem van Christiaan Louis Schepp), die in 1876 werd geboren te Rotterdam en in 1946 overleed te Naarden.

In het dagelijks leven was hij officier van de Koninklijke Marine.

Hij is vooral bekend geworden door zijn gedichten over het bombardement van Rotterdam in mei 1940.

De zwerver

Door den leegen kouden akker
loopt een oude, arme stakker,
zoekend in den harden grond
of-ie geen petatters vond.

Wroetend gaan de zwarte handen,
klapperend de zwarte tanden,
gulzig glimt de grauwe mond
of-ie geen petatters vond.

In den avond nog, bedrogen,
ging de moede schim gebogen,
kroop de zwarte schaduw rond
of-ie geen petatters vond.

En alvorens te beginnen
aan het maal, zei de bazinne
hoe een groote, vreemde hond
zocht, of-ie petatters vond.

(Uit de bundel Tochten van 1911)


Speciaal voor Wieneke vermeld ik dat Prins' geboortehuis stond aan de Boezemsingel, op de plek waar later de Nieuwe Oosterkerk is verrezen. Later woonde hij in de Diergaardelaan.

vrijdag 27 augustus 2010

De oude vos en de jonge hond (en Nazrin; en Sati)


Het heeft er alle schijn van dat no nonsense-vaandeldrager Lubbers zich heeft verrekend. Hij heeft aangestuurd op formatiegesprekken tussen CDA, VVD en PVV, ervan uitgaande dat het een doodgeboren kindje zou blijken, waarna hij zich tot Mark, Maxime, Job, Femke en Alexander zou kunnen richten met de boodschap: zoals jullie ziet, kan het niet over rechts, intussen schreeuwt het land om een krachtdadig bestuur, dus is het nu aan jullie om razend snel spijkers met koppen te slaan. Maar een kabinet Rutte-Verhagen met gedoogsteun van Wilders dreigt wel degelijk te lukken.

Is dat betreurenswaardig? Wel nee. Wilders is gek, doch zoals veel gekken niet dom en hij weet drommels goed dat zijn belangrijkste agendapunten geen schijn van kans maken, omdat zij in strijd met onze constitutie of Europese wetten zijn. Zoals hij ook weet dat je met standwerkerij op de proppen moet komen om een flinke kudde stemvee te vergaren. En nu ik het hier toch over heb: de PVV is de op één na grootste partij in de Tweede Kamer (en kon bij een huidige opiniepeiling wel eens als grootste uit de bus komen), ongeveer anderhalf miljoen Nederlanders hebben op haar gestemd, omdat zij vinden dat met hun klachten en wensen geen rekening wordt gehouden en het is dus democratisch verdedigbaar dat Wilders politieke invloed krijgt.

Maar daarvan zal, schat ik, onder de huidige omstandigheden niet veel terecht komen. Zo wil Blonde Geert de islam van religie degraderen tot ideologie. Wij hebben echter op school geleerd dat er drie grote monotheïstische godsdiensten zijn, te weten: het christendom, het jodendom en de islam, en het voornemen deze laatste te lijf te gaan met discriminerende wet- en regelgeving, is misschien gefundenes Fressen voor de luitjes op het schellinkje, doch ook niet meer dan dat. Heer Waterstofperoxyde zal het niet gegeven zijn met kroonjuwelen te pronken. Waarschijnlijk denkt hij dat hij zijn volgelingen tegemoet zal kunnen treden met het excuus: 'Eens te meer blijkt dat jullie voor de anderen niet meetellen', hopende aldus zijn aanhangers te vermeerderen. Nu zijn dezen misschien wel dom maar niet gek en willen dan ook niet voor de gek gehouden worden: 'Je hebt ons iets beloofd en wij hebben het niet gekregen.' Trouwens, stemmers in het algemeen plegen te reageren als onderofficieren in het leger: als zij ingaan op smoezen van Jan Soldaat, verliezen zij hun gezag, krijgen zij niets meer gedaan en drukt de ondergeschikte constant zijn snor, reden waarom het standaardantwoord van de sergeant is: 'Ik wil het niet weten.' Met andere woorden: niet alleen oude vos Lubbers, ook jonge hond Wilders misrekent zich. En dat is wat de laatste aangaat maar goed ook, want één ding is vrijblijvend een reeks kreten debiteren, iets anders is ons land uit de crisis helpen en bewerkstelligen dat het in de verschuiving van het economisch zwaartepunt naar andere oorden zijn partijtje kan blijven blazen.

Overigens vind ik dat de sfeer in Nederland prettiger zou zijn, als er niet zo krampachtig en angsthazerig werd geëmmerd en geëikeld over islamisering, inburgering, immigratie, kopvodden en belendende percelen. Ik begrijp dat allemaal niet. Mijn schoenmaker is een Marokkaan, mijn kapper is een Syriër, als huisarts heb ik een Turkse en over alle drie ben ik uitermate tevreden. Het heeft zelfs slechts een haartje gescheeld of ik had als personal assistant de beeldschone Perzische Nazrin (jaargang 1989) gehad, maar zij wilde een kind van me en nu ben ik altijd best bereid even aan te zetten, maar op mijn leeftijd zie ik me niet meer met een koter op de knie.

En dan de berbermeiden van de supermarkt! Wanneer zij mijn martiale gestalte (extra zo, sinds ik als nasleep van een kleine operatie een viriel litteken op mijn wang heb, genre Mensur) zien naderen, huppelen zij om het hardst naar een onbemande kassa in de hoop mij te kunnen gerieven. Geen wonder! Mijn houding jegens hen is altijd: kniegewricht gespannen, glimlach om de lippen, compliment in de mond. Vooral Sahem (spreek uit: Sahim, betekenis: pijl en boog) met haar lieve snoetje onder een smetteloos wit hoofddoekje draagt mij op handen, sedert ik haar laatst heb gezegd dat haar schoentjes haar mooie benen en sierlijke voetjes zo voordelig deden uitkomen.

De betoverende Turkse Sati (jaargang 1990) heeft mij eergisteren uitgenodigd op de thee. Heb de invitatie natuurlijk in dank aanvaard. Maar wil eerst even bij het lieftallige Turkse groentenvrouwtje Nermin (jaargang 1930) mijn licht opsteken. Hoe dien ik mij te gedragen? Wordt bijvoorbeeld van mij verwacht dat ik Sati's man, een beverige grijsaard met kalknagels, (zij is uitgehuwelijkt) het raam uit flikker? Zoveel is zeker dat sprake zal zijn van multicultureel theedrinken. Misschien breng ik het nog ooit tot burgemeester van een grotere stad.

De Staf gebroken...

Een paar dagen geleden werd in een kruiswoordpuzzel gevraagd naar de achternaam van een vroegere bewindsman. Bedoeld was de landbouwkundige ir C. -- Kees -- Staf (1905, Ede-1973, Arnhem). Hij was in de jaren '50 voor de Christelijk-Historische Unie enkele malen minister van Oorlog en Marine, later Defensie geheten. Staf was kop van jut in een der befaamde oudejaarsconferenties van Wim Kan. Deze noemde hem bijvoorbeeld 'antiquair in rijksdienst', omdat hij zich door de Amerikanen verouderd wapentuig zou hebben laten aansmeren.

Verspreid over het land liggen noodrantsoenen voor het leger in tijd van oorlog. Natuurlijk moeten deze regelmatig worden geïnspecteerd en, om te voorkomen dat hun houdbaarheidsdatum wordt overschreden, tijdig in omloop worden gebracht. Onder Staf is het voorgekomen dat een grote verlopen partij chocolade moest worden vernietigd. Dit leidde tot een schandaal in parlement en pers. Alexander Pola, een guit als weinig anderen, gaf minister Staf toen deze woorden in de mond: 'Ik heb mijn repen achter mij verbrand.'

donderdag 26 augustus 2010

Laat de Koninklijke Bieb zijn gang gaan!

Een fatsoenlijk mens kan geen antisemiet zijn. Anderzijds zitten degenen die iemand met gefundeerde kritiek op sommige acties van de staat Israël als antisemiet brandmerken, zelf niet goed in elkaar, zij zijn rijp voor een aantal sessies op de sofa van professor Sikbok.

Ik schrijf dit naar aanleiding van het feit dat de Koninklijke Bibliotheek Volk en Vaderland, tussen 1933 en 1945 het weekblad van de Nationaal-Socialistische Beweging, op het internet wil zetten. De KB krijgt er nu van langs; enkele commentatoren achten het zelfs niet uitgesloten dat hij kans loopt justitieel vervolgd te worden wegens het zaaien van haat.

Volgens mevrouw Erna Houtkoper-Barend van de vereniging Joodse Oorlogskinderen zullen velen van haar leden het voornemen van de KB beangstigend vinden, omdat de teksten van Vova mensen op slechte ideeën kunnen brengen: 'Nu moeten ze nog moeite doen om zo'n krant te achterhalen, maar straks wordt het ze op een presenteerblaadje aangeboden.' Ronny Naftaniel, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël, heeft zich in gelijke zin uitgelaten.

Ik kan het daarmee niet eens zijn. Nemen we Piet, fatsoenlijke kerel, van antisemitische smetten vrij. Piet leest op zijn laptopje dat een fascistische braller van de NSB in VoVa de joden beschuldigt van het manipuleren der geldmarkten en dus verantwoordelijk houdt voor financiële crises. Piet wordt nu op slag antisemiet. Dat is toch te gek voor woorden. Als Piet die onzin gelooft, wil dat zeggen dat het antisemitische zaad bij hem op een vruchtbare bodem terecht is gekomen. Piet zal dan vroeg of laat toch wel door de mand vallen, KB en Vova of niet.

Ik durf ook de stelling aan dat velen, onze kritische jongeren vooral, bij het grasduinen in Vova en ander NSB-spul zullen uitroepen: hoe is het mogelijk dat Nederlanders dit ooit voor zoete koek hebben geslikt en er zich door hebben laten inspireren.

woensdag 25 augustus 2010

Nabrander over Iris Murdoch (met dank aan Wieneke)

In haar reactie op mijn vorig blogje vraagt Wieneke (http://hettweededeel.blogspot.com/) zich af of Iris Murdoch al dement was, toen zij De eenhoorn schreef.

Dat was zij niet. De ziek
te van Alzheimer openbaarde zich bij haar in 1995; zij was toen 76. (Zij overleed, bijna 80, in 1999). De eenhoorn dateert van 1963.

De vraag is veeleer of Iris Murdoch een goede filosoof was. De criticus, romanschrijver en columnist A.N. Wilson (jaargang 1950, Oxford-man) vond van niet. Hij heeft Dame Iris goed gekend en zeven jaar geleden een biografie aan haar gewijd onder de titel Iris Murdoch As I Knew Her. Volgens hem bestaat haar wijsgerig werk uit minderwaardige opstellen over Plato, 'peil: werkstukjes van middelbare-schoolleerlingen'. De eerljkheid gebiedt te zeggen dat veel uitlatingen van Wilson omstreden zijn.