Posts tonen met het label De Graaf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Graaf. Alle posts tonen

donderdag 26 april 2012

Wantrouwen en minachting


Op zo’n dure Engelse public school is het voorgekomen dat in een vertrek met leerlingen de radio aanstond voor het plakken van akoestisch behang. Uitgezonden werd een redevoering van of een vraaggesprek met een politicus. Een surveillerende leraar trok ogenblikkelijk de stekker uit de muur met de woorden: ‘Geen gentleman behoort naar zoiets te luisteren.’

Politici kunnen o zo nederig doen tijdens de verkiezingscampagne, maar zodra zij op het pluche zitten, wanen zij zich halfgoden, blind en doof voor het feit dat zij door velen, niet per se de domsten of behorend tot de heffe des volks, worden gewantrouwd en zelfs geminacht. Hier is sprake van een ernstig euvel, dat zich herhaaldelijk, ook nu weer, in de zwaarste crisis sedert mensenheugenis, wreekt.

In het tweede kabinet-Balkenende was Thom de Graaf minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijkszaken. Als zodanig stak hij veel energie in het bemachtigen van een D66-kroonjuweel: de verkiezing van de burgemeester, een functionaris die wordt benoemd door de Kroon. Zijn desbetreffend wetsvoorstel sneuvelde in de Eerste Kamer, waarna hij aftrad. Wat deed nu onze nationale krullenbol (foto)? Hij werd burgemeester van Nijmegen, niet gekozen, neen, hij liet zich benoemen -- door de Kroon. Momenteel gaan binnen D66 weer stemmen op die willen ijveren voor de gekozen burgervader. Dit komt toch neer op het schaamteloos bepissen van de mondige kiezer!

Ik ben mordicus tegen een staatsbestel onder een Sterke Man. Ik ben hartstochtelijk vóór de parlementaire democratie, een beroerd systeem, maar het beste dat we hebben. Wel vind ik dat het onderhand eens tijd wordt voor een brede maatschappelijke discussie over de persoon van de volksvertegenwoordiger; een operettegezelschap als de huidige Haagse club kunnen wij ons, nu wij ons gesteld zien voor een uitdaging van schier ongekende omvang, niet langer veroorloven.

Vorige week, op de drempel van de presidentsverkiezing, bekeek ik op France2 een gedachtewisseling tussen kandidaten. Het was een en al justice sociale, réforme, redressement, moralité publique wat de klok sloeg. Geen van hen maakte duidelijk wat hij of zij met een en ander bedoelde, er werd ook niet naar gevraagd.

Bij ons is het van hetzelfde laken een pak. De vogel wordt niet afgeschoten door figuren met een solide algemene ontwikkeling, een rijke culturele bagage, een scherp historisch besef, maar door de luitjes met het overvloedigste spraakwater. Als ik bijvoorbeeld, met alle respect, Diederik Samson hoor, moet ik denken aan een patiënt met verbale buikloop, Mister Jingle ten voeten uit.

Het kwalijke is dat deze afwijking gepaard gaat met een vlucht in algemene categorieën, die de politici ontslaan van de verplichting het noodzakelijke denkwerk te verrichten. Zij kunnen naar hartelust freewheelen, de Grote Spuitbus hanteren en aldus de kiezers in slaap sussen. Helaas hebben zij hun opponenten en, dubbel helaas, de interviewers aangestoken.

Het zou voortaan zo moeten gaan dat de volksvertegenwoordiger die de woorden ‘sociale rechtvaardigheid’ in de mond neemt, ogenblikkelijk op de huid wordt gezeten met: ‘Stop! Wilt u even drie concrete punten ter zake noemen en aangeven wat u in de kamer gaat ondernemen op het stuk van wetgeving in dezen?’ En wie durft te zeveren over de sterkste schouders die de zwaarste lasten behoren te dragen, moet er terstond op gewezen worden dat hij of zij dus niet voor een verhoging van het btw-tarief kan zijn, nademaal dit een indirecte, in de grond onrechtvaardige belasting is, die de bijstandsmoeder veel harder treft dan de baas van een woningbouwcorporatie.