Op 6 mei noemde ik in een blogje de Oostvlaamse schrijfster Virginie Loveling (1836-1923; r. op de foto, met haar zuster Rosalie) en haar uit 1911 daterende roman 'Een revolverschot'.
Ik heb hem de afgelopen dagen gelezen op mijn e-reader en om met de deur in huis te vallen: het is een boeiend boek -- je legt het node uit handen -- over twee zussen, de jongste een pronte meid met alles erop en eraan, de oudste niet direct moeders mooiste. Ze zijn smoorverliefd op dezelfde losbol, die wordt gekenmerkt door 'het rekkend galanterie-geweten der mannen'; de afloop is een bloedige tragedie.
Lovelings taal is zonder meer zeer bloemrijk. Nu ja, zo schreef men in die tijd. Ik begrijp de mensen niet die daarover struikelen; patina op een oud kunstvoorwerp heeft toch ook haar charme.
Een bijkomend voordeel vond ik dat ik mijn woordenschat kon uitbreiden met enkele sappige Vlaamse termen als: solfer-priemen (lucifers) en erwtenschuw (vogelverschrikker).