vrijdag 14 oktober 2011

woensdag 12 oktober 2011

Lang over kort (5)





George Gissing (*1857, Wakefield) verdiende een karige boterham als ‘hack’, een broodschrijver van ‘driedekkers’, dat wil zeggen: populaire romans in drie delen die hoofdzakelijk werden afgezet in het uitgebreide net van uitleenbibliotheken.


Het was een beklagenswaardig bestaan; de auteurs werden door hun uitgevers schandalig uitgebuit en velen van hen, Gissing stellig niet op de laatste plaats, waren erudiete mannen van een fijne cultuur, die leden onder de overtuiging dat zij zich met hun schrijverij prostitueerden.


G.K. Chesterton, een man met een prima neus voor kwaliteit, noemde Gissing ‘a man of genius’ (ofschoon hij vond dat Gissing in zijn boek over Charles Dickens een belangrijk aspect had veronachtzaamd.)


En inderdaad: ondanks de ongunstige omstandigheden heeft Gissing werken afgeleverd die de tand des tijds met verve hebben doorstaan. Zijn uit 1891 daterende roman ‘New Grub Street’, die juist over het lot van de ‘hacks’ gaat, is door Penguin als een ‘moderne klassieker’ gekenschetst. Ook ‘Born in Exile’ uit 1892 heb ik met aanzienlijk genoegen gelezen.


Gissing heeft naast 111 korte verhalen 23 romans, enkele reisverslagen en dagboeken nagelaten. Als zijn beste werk wordt ‘The Private Papers of Henry Ryecroft’ uit 1903 beschouwd. Bij mijn weten is het zijn enige boek dat in het Nederlands is vertaald (door Geert Meijsing, onder de titel ‘De intieme geschriften van Henry Ryecroft'; 1989.)


Wellicht is het aan ontberingen te wijten dat Gissing al vrij jong een longziekte opliep; hij overleed daaraan op 46-jarige leeftijd in Zuid-Frankrijk en ligt begraven op het Engelse kerkhof van Saint-Jean-de-Luz.

dinsdag 11 oktober 2011

Lang over kort (4)



In een lange reeks over korte verhalen mag de Brit George Gissing (1857-1903) niet ontbreken. Hij heeft er welgeteld (door Google, niet door mij) 111 geschreven. Op mijn onvolprezen e-reader lees ik momenteel de bundel ‘The House of Cobwebs and Other Stories’, dat posthuum is verschenen in 1906. In het verhaal ‘A Lodger in Maze Pond’ trof mij onderstaande passage.

Ik geef Gissings opvattingen voor wat ze waard zijn, maar interessant vond ik dat hij hier het een en ander van zich af tracht te schrijven.

Als student raakte hij in de ban van een prostituee. Hij wilde haar redden, had echter geen geld, begon kleine bedragen van collega’s te stelen, werd betrapt en tot een maand dwangarbeid veroordeeld. In 1877 trouwde hij met een meisje uit de arbeidsklasse, dat aan de drank was. De twee scheidden in 1883, de alcohol sleepte haar vijf jaar nadien ten grave. Drie jaar later huwde hij een arbeidster die geestelijk niet helemaal in orde was. De echt hield slechts zes jaar stond, zij overleed in 1902 in het gekkenhuis.

Hier het citaat:

‘I am a fool about women. I don't know what it is--certainly not a sensual or passionate nature; mine is nothing of the sort. It's sheer sentimentality, I suppose. I can't be friendly with a woman without drifting into mawkish tenderness--there's the simple truth. If I had married happily, I don't think I should have been tempted to go about philandering. The society of a wife I loved and respected would be sufficient. But there's that need in me--the incessant hunger for a woman's sympathy and affection. Such a hideous mistake as mine when I married would have made a cynic of most men; upon me the lesson has been utterly thrown away. I mean that, though I can talk of women rationally enough with a friend, I am at their mercy when alone with them--at the mercy of the silliest, vulgarest creature. After all, isn't it very much the same with men in general? The average man--how does he come to marry? Do you think he deliberately selects? Does he fall in love, in the strict sense of the phrase, with that one particular girl? No; it comes about by chance--by the drifting force of circumstances. Not one man in ten thousand, when he thinks of marriage, waits for the ideal wife--for the woman who makes capture of his soul or even of his senses. Men marry without passion. Most of us have a very small circle for choice; the hazard of everyday life throws us into contact with this girl or that, and presently we begin to feel either that we have compromised ourselves, or that we might as well save trouble and settle down as soon as possible, and the girl at hand will do as well as another. More often than not it is the girl who decides for us. In more than half the marriages it's the woman who has practically proposed. She puts herself in a man's way. With her it rests almost entirely whether a man shall think of her as a possible wife or not. She has endless ways of putting herself forward without seeming to do so. As often as not, it's mere passivity that effects the end. She has only to remain seated instead of moving away; to listen with a smile instead of looking bored; to be at home instead of being out,--and she is making love to a man. In a Palace of Truth how many husbands would have to confess that it decidedly surprised them when they found themselves engaged to be married? The will comes into play only for a moment or two now and then. Of course it is made to seem responsible, and in a sense it _is_ responsible, but, in the vast majority of cases, purely as an animal instinct, confirming the suggestion of circumstances.'

zondag 9 oktober 2011

Lang over kort (3)



Nog even over Margriet de Moor.


Zij komt uit Noordwijk, alwaar zij in 1941 is geboren.

Op het conservatorium studeerde zij piano en solozang, elders kunstgeschiedenis en archeologie, maar zij heeft zich ontpopt als auteur van romans en korte verhalen. Haar oude liefde is zij overigens trouw gebleven: met haar gedegen kennis van de muziek weet zij in veel van haar werk op intrigerende wijze te spelen.


Een beetje jammer vind ik dat zij, kennelijk zonder het te beseffen, soms slecht schrijft. Wat bijvoorbeeld te denken van een monstrum als (in het overigens knappe 'Variations pathétiques'): 'Dan kon het gebeuren dat ze 's nachts in bed -- verzonken in herinneringen en dromen, cirkelend rond een man die ze nog nooit had gezien maar die na een onmerkbaar procédé toch al grotendeels bestond uit haar lotgevallen, uit wat vaststond, wat plechtig besloten en ondertekend was, uit de verstrooide vrouw Marja -- ineens tot zichzelf kwam, de waarschijnlijkheid vermoedend dat ze geschift was, krankzinnig eigenlijk -- hoe noodzakelijk was het om haar voeten weer eens even op de grond te kunnen zetten -- en dus achtte zij het raadzaam om dit getalenteerde kind zo nu en dan een les tussendoor te geven.'


Ik schat zo dat, Cees Nooteboom uitgezonderd, zij de meest in het Duits vertaalde Nederlandse auteur is. En het is een vooraanstaande Duitse recensent die haar het hardst heeft aangepakt. Zij hebben elkaar eens ontmoet -- op een boekenbeurs, meen ik me te herinneren -- en bij die gelegenheid heeft zij hem gevraagd wat hij toch tegen haar had. Hij antwoordde dat hij niet tegen haar als persoon maar tegen sommige aspecten van haar oeuvre van leer trok. Misschien had hij zich ook gestoord aan lelijk proza als bovenstaand citaat...

zaterdag 8 oktober 2011

Lang over kort (2)



Met Margiet de Moor ben ik nooit weg kunnen lopen. (Ja, lollig hoor! Nee, ook niet in overdrachtelijke zin.) Maar een van mijn zeer weinige aardige eigenschappen is dat ik gul ben met herkansingen. Toen ik dan ook in de boekenhoek van onze kringloopwinkel de kloeke bundel 'Verzamelde verhalen' van MdM zag staan, sloeg ik onmiddellijk, de kijkbuistronies met hun jobstijdingen over onze koopkracht voor niets tellend, en onvervaard toe.

Gewoonlijk prijs ik de dag niet vóór het avond is, maar in dit geval haast ik me te verkondigen dat ik, hoewel ik pas het eerste verhaal heb gelezen, geen spijt heb van mijn € 1,30. Het draagt de titel 'Variations pathétiques' en heeft als hoofdpersoon een pianolerares. Zij heeft twee teleurstellende relaties achter de rug en is nu verwikkeld in een verhouding met een agenda- en kalenderkarakter. Dan krijgt zij kattenbelletjes en mondelinge berichtjes van de vader van een leerling. Ze lijken zuiver zakelijk. Maar zijn ze dat wel? Bezit bijvoorbeeld de tip om op zekere avond klokke tien op Hilversum 4 naar Ravels 'Valses nobles et sentimentales' te luisteren, niet een dubbele bodem, betreft het hier niet een uitnodiging voor een amoureus rendez-vous? Haar fantasie slaat op hol, waartoe deze, zoals bekend, een handje heeft in hartsaangelegenheden. Uiteindelijk blijkt onze lerares zich falikant te hebben verkeken. Knap, pakkend verhaal.

Foto: Margriet de Moor is veel in het Duits vertaald. Haar romandebuut 'Eerst grijs dan wit dan blauw' uit 1991 is in Duitsland zelfs als luisterboek uitgegeven.

vrijdag 7 oktober 2011

Minder koopkracht voor iedereen





Een gure economische winter staat voor de deur. Ieders koopkracht krijgt een oplazer. Deze mevrouw, die letterlijk nu nog vooruitgaat, gaat er figuurlijk gesproken volgend jaar op achteruit. Zij went er zich nu reeds aan, door haar onderbroek en memmestiepel te vervangen door tatoeages en nokini. En in plaats van dat biertje zal zij zich in 2012 moeten laven met gemeentepils.

Lang over kort (1)



'Een rustig baasje zult u nooit worden,' zei mij eens een controlerend geneesheer. Schrandere kerel! Tot overmaat van ramp beoefende ik met hartstocht een vak dat bij uitstek aanzet tot jakkeren en jagen. Geen wonder dat ik er vóór mijn 'Drees' slechts zelden toe kwam mij eens lekker in een luie stoel te vermeien in een heuse roman. Mijn leeshonger stilde ik meestal met korte verhalen.

Daarvan prijkt dan ook een industriële hoeveelheid op mijn boekenplanken. Een greep in het wilde weg: alle 'short stories' (vier pillen) van William Somerset Maugham; alle veertien delen 'Novelle per un anno' van de Siciliaan Luigi Pirandello; alle 'racconti' van zijn eilandgenoot Giovanni Verga (foto); alle korte verhalen van J.M.A. Biesheuvel, Remco Campert, Belcampo, F.B. Hotz, W.F. Hermans; alle 'Erzählungen' van Heinrich Böll. En dan heb ik het nog niet eens over de tientallen bloemlezingen.

Geen vrouwen? Nou en of! Over hen in volgende afleveringen.

Ik heb die vele werken (nog) lang niet allemaal gelezen. Maar toch aardig wat. Hieraan hoop ik ook de komende weken een reeks blogs te wijden.

(wordt vervolgd)