donderdag 6 oktober 2011

Mag het een onsje minder zijn?



In ben in zoverre een typische Nederlander dat goede doelen zelden tevergeefs een beroep op mijn knip doen. Ik word wel eens boos op zo'n directeur van een charitatieve instelling die een salaris opstrijkt waarvan je er drie Balkenendes op kunt nahouden, maar uiteindelijk denk ik dan toch: vort maar!


De laatste tijd erger ik me lichtelijk aan het feit dat het stormloopt. Ziehier de goede doelen die zich de afgelopen acht dagen bij mij hebben gemeld, in de vorm van collectanten, bedelbrieven en spotjes op radio of televisie: Kinderpostzegels, Nierstichting, Dierentehuis Z., Dierenbescherming Z., Fonds Geestelijk Gehandicapten, Fonds Geestelijke Gezondheid, Slachtofferhulp, Trombosestichting.


Ik heb het dan nog niet over de kerk, waarin elke zondag de schaal wordt aangereikt voor de noden van de eigen parochie plus voor die van arme donders in Verwegistan. Bovendien steek ik bij elke kerkgang enkele kaarsen op voor godloze vriendinnen, in de hoop dat zij ondanks alles straks in het cherubijnen- en serafijnenkoor de eeuwige zaligheid deelachtig mogen worden.

Hella Haase is goed, maar...



Ben ik de enige wie het is opgevallen? Ik vond dat na het verscheiden van Hella Haasse de schijnwerpers van de publiciteit nogal snel uitfloepten. Dat was na het overlijden van Michael Jackson, Amy Winehouse, Harry Muskee en zelfs André Hazes wel anders.

Ook meende ik in de necrologieën onder de tegenwoordig verplichte stortvloed van overtreffende trappen een nogal zuinige ondertoon te beluisteren. In 'Trouw' merkte huiscriticus Rob Schouten niet zonder korzeligheid op dat Hella Haasse ‘tot vervelens toe’ was gekenschetst als de 'grand old lady' van de Nederlandse bellettrie.

Een en ander verbaast me eigenlijk niet. Ik vraag me af of het de recensenten plotseling duidelijk is geworden dat zij zich enkele decennia wat hebben overschreeuwd.

Mevrouw Haasse debuteerde in 1948 met de vertelling 'Oeroeg'. Dat is zonder meer een klein meesterwerk. Als zij alleen dat had geschreven, had zij voor eens en voor altijd een plaats in bloemlezingen en naslagwerken verdiend. Van het vele dat sindsdien uit haar pen is gevloeid, heb ik aardig wat gelezen, maar ik heb nooit iets aangetroffen dat het peil van 'Oeroeg' heeft gehaald. Dat geldt naar mijn smaak voor haar historische romans, voor 'Huurders en onderhuurders', voor 'Berichten van het Blauwe Huis', 'Cider voor arme mensen' en stellig ook voor het gekunsteld-gewrongen 'De meester van de neerdaling'.

'Heren van de thee' dan? Naar ik heb begrepen, zijn er 200.000 exemplaren van verkocht. Maar dat zegt mij niets; van 'Twee vrouwen' zijn er bijna 1 miljoen verspreid en toch is dat niet meer dan een roman voor keukenmeiden die hogerop willen. Ik ben zo vrij te vinden dat 'Heren van de thee' het niet kan halen bij 'Rubber' van Madelon Székely-Lulofs en al helemaal niet bij het Indische werk van Beb Vuyk en Maria Dermoût.

Men zal mij tegenwerpen: dat ligt aan u, dat ligt aan uw bril. Misschien. Toch ben ik geen onervaren lezer: ik buig mij over Proust in het Frans en heb alles van Musil gelezen, in het Duits. (Ik blijf het moeilijk hebben met 'Ulysses'; maar Joyce was dan ook gek; zei Evelyn Waugh.)

Het heengaan van Hella Haasse is voor mij aanleiding geweest een van haar boeken dat ik al jaren op de plank had liggen, maar waaraan ik nog nooit was toegekomen, ter hand te nemen: 'De ingewijden' uit 1957. En dit illustreert getrouw mijn al lange tijd gevestigde indruk van haar werk: Hella Haasse is altijd goed.; maar goed in de zin van degelijk. Het is allemaal knap bedacht. Keurig-netjes, verzorgd opgeschreven. Zorgvuldig gedocumenteerd (reken maar dat elke braamstruik waarmee zij de ruïne van een Griekse tempel stoffeert, er werkelijk staat of althans heeft gestaan.) Allemaal zeer prijzenswaardig en een voorbeeld voor menig hedendaags romancier (m/v).

Maar ik blijf het betreuren dat het maar niet wil vonken, vlammen, schitteren, gloeien. Vooral mis ik node de noten van fijne ironie die zo bekwaam worden aangetokkeld door Britse schrijvers (en schrijfsters!)

Ik weet niet of ik 'De ingewijden' uitlees...

dinsdag 20 september 2011

'Theirs is the Glory'



67 jaar geleden woedden tussen de Belgische grens en de noordelijke Rijnoever zeer felle gevechten, die de geschiedenis zijn ingegaan als de Slag om Arnhem. Ik herinner me het begin, op zondag 17 september, nog heel goed: omhoog kijkend over de boerderij van Van der Heijden zag ik een zwerm parachutes neerdalen. Later begreep ik dat dit Amerikanen waren die ten noorden van Eindhoven waren afgeworpen om als een van de springplanken voor het XXXe Britse legercorps te dienen.

Het plan voor 'Market-Garden', zoals de codenaam voor de operatie luidde, kwam uit de koker van veldmaarschalk Bernard Montgomery. Het was gedurfd, het was zelfs briljant, op papier; het had maar één schaduwzijde: het kon niet slagen. Er zijn wel een stuk of tien oorzaken voor het debacle op te sommen, maar ik houd erop dat de belangrijkste even oud is als de geschiedenis van de oorlogvoering: onderschatting van de vijand. Onder de Britten ging het verhaal dat Nederland nog slechts werd verdedigd door Duitse 'oren- en maagbataillons', te weten: kneusjes die leden aan een maagzweer of otitis. Het tegendeel bleek het geval. Ik hoorde ooit een Engelse generaal op de buis over de Duitse officieren zeggen: 'Het waren eersteklas vakmensen; bij hen vergeleken waren wij slechts een hoop 'bloody' amateurs.'

Menigeen zal 'A Bridge too Far', het epos van Richard Attenborough, hebben gezien. Ik ben er niet weg van, vind het te episodisch. Veel indrukwekkender vind ik 'Theirs is the Glory', een jaar na de oorlog in het verwoeste Oosterbeek gedraaid door de uit Ulster afkomstige Brian Desmond Hurst, een leerling van de grote John Ford. Aan deze film (zwart-wit, duur 82 minuten) komen geen beroepsacteurs te pas; alle rollen worden gspeeld door militairen die twee jaar eerder bij Arnhem hadden gevochten, en door Nederlandse burgers.

'Theirs is the Glory' kan gratis -- en legaal -- worden nedergeladen via http://www.archive.org/details/TheirsIsTheGlory1946

maandag 19 september 2011

'Je vais faire mon DSK'



Het schijnt wel vast te staan dat Dominique Strauss-Kahn hem niet met pissen verslijt. Hij heeft hem, zoals een andere mannenspreekwijze wil, los in de gulp hangen.


Tijdens zijn openbare biecht, gisteravond, op de Franse buis heeft DSK, zoals hij thans alom in Frankrijk wordt genoemd, niet de indruk gewekt dat hij door berouw wordt verteerd en bezield is met het vaste voornemen niet meer te zondigen. Nu ja, hij is een kerel, hij mag jegens vrouwen graag 'avances' maken, 'propos galants' uiten (wil zeggen: ongewenste intimiteiten in woord en daad.)


Vanochtend hoorde ik op een Franse radiozender dat 'DSK' al is ingeburgerd als zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: 'Je vais faire mon DSK à la voisine' (Ik ga de buuv even opvrijen.)


Guido Gezelle schreef het al: 'De taal is gansch het volk.'

zaterdag 17 september 2011

En dergelijke dommeriken zitten in de Kamer!



Mariko Peters van GroenLinks en Harry van Bommel van de Socialistische Partij. Deze leden van de Tweede Kamer willen het slavenpaneel van de Gouden Koets verwijderen, omdat het herinnert aan een zwarte bladzijde van onze geschiedenis. 'Heilige onnozelheid,' zei Jan Hus op de brandstapel. Geen wonder dat Nederlanders berucht zijn om hun gebrek aan historisch besef.


Poppetjes weg en je wordt niet meer met je neus op onze geschiedenis van meedogenlooze slavendrijvers gedrukt. Dat bedoelen genoemde politici weliswaar niet, zeggen zij, maar zo werkt het natuurlijk wel. Doodzwijgen... 'Ni vu ni connu'...


Er is ook in dezen niets nieuws onder de zon. Een Romeinse keizer die boos was op een voorganger, liet, zoals men heden ten dage in Rome nog kan zien, diens naam uit het marmer van een triomfboog beitelen. 'Deletio memoriae', verwijdering van een gedachtenis, heette zoiets. Tijdens de sovjet-dictatuur werden in ongenade gevallen bonzen beschouwd als nimmer hebbende bestaan; hun namen werden verwijderd uit allerlei geschriften, tot en met de geschiedenisboeken en de encyclopedieën. Lekker gezelschap dus, Peters en Van Bommel!


Het gaat in hun geval weer eens om ordinaire aandachttrekkerij en goedkope scoringsdrift. Maar dat is wel het laatste waarop in deze kommervolle tijden de kiezers zitten te wachten.

woensdag 14 september 2011

Herdenken in de USA: voortaan ook 9/13



In de Verenigde Staten van Noord-Amerika leven thans 46 miljoen mensen onder de armoedegrens. Dat is ruim 15 procent van de bevolking. Nog nooit is het zo bar en boos geweest.


En de USA maar alom sheriff spelen. En de zwartjes, de gelen en de snorrenmannen haar idee van democratie door de strot stampen.


De armoedestatistieken kwamen gisteren naar buiten, op 13 september dus. Een ideetje: misschien kan de USA voortaan ook 'nine/thirteen' herdenken.

donderdag 8 september 2011

Opstelten slaat de spijker op de kop



Volgens minister Opstelten is een van de redenen waarom er maar niet meer blauw op straat komt (afgezien dan van dikkere agenten; zeg ik, niet hij), dat de politiekorpsen te strenge toelatingscriteria hanteren.


Hij heeft volkomen gelijk. Zo is onlangs bij korps X. deze alleszins geschikte kandidate niet door de selectie gekomen. En zij had er zich nog wel op gekleed...