zondag 24 maart 2013

Leesclub van twee


Met boekenvriend V. zet ik om de veertien dagen onder het genot van een paar mokken geurige Italiaanse koffie een boom op over de schone letteren. (Daarover gaat het althans hoofdzakelijk. Hij mag me ook graag op mijn praatstoel krijgen over mijn journalistieke loopbaan en ik luister geboeid naar de verhalen over zijn vak, zijnde voor mij een volslagen witte vlek op de landkaart; hij is namelijk emeritus-hoogleraar in de toxicologie).

Tijdens onze laatste babbel kwam hij met een gedurfd voorstel op de proppen: konden we niet een soort leesclub van twee personen, ons beiden, vormen, met dien verstande dat we hetzelfde boek zouden lezen en daarover van gedachten wisselen? Nu ja, waarom niet? Ik vond wel dat hij dan maar moest aftrappen. Wat hij geredelijk deed: de verhalenbundel The Long Valley van John Steinbeck (foto). Bijzonderheid 1: hij kende het boek al, maar wilde het graag nog, na vele jaren, weer eens lezen, ik had er zelfs nooit van gehoord. Bijzonderheid 2: hij verzamelt werken van deze auteur, in allerlei talen, zelfs het Hongaars en het Chinees ontbreken niet, en zijn collectie beloopt intussen zo'n driehonderd stuks.

Ik heb de afgelopen dagen de eerste drie verhalen gelezen. Het eerste, The Chrysanthemums, vond ik heel goed, het tweede, The White Quail, goed, het derde, Flight, slecht. Maar dat weet V. nog allemaal niet.

Vriend V. heeft mij zijn exemplaar van de verhalenbundel geleend en daarover wilde ik het kort hebben. Het is een uitgave van Albatross Books, een onderneming in 1932 in Hamburg gelanceerd door de Duitsers Max Wegner en Kurt Enoch en de Brit Allen Lane met het doel Engelstalige literatuur het licht te doen zien. Zij wordt wel beschouwd als de eerste firma die met succes de massaproductie van pockets ter hand heeft genomen. Hierbij stroomlijnde ze het werk van de vermaarde Leipziger uitgever Tauchnitz, met ook een fijn oog voor kunstzinnige vormgeving. Het ging de drie zozeer voor de wind dat zij dra Tauchnitz konden opslokken. V.'s exemplaar is blijkens het colofon uitgegeven in augustus 1939; in die dagen vielen de eerste schoten van de Twee Wereldoorlog; die ook een einde maakte aan Albatross Books. 

 

woensdag 13 maart 2013

En plotseling viel de winter weer in....


maandag 11 maart 2013

Fräulein Oostenrijjk wist het niet


Morgen is het 75 jaar geleden dat Oostenrijk werd ingelijfd in Nazi-Duitsland (Heim ins Reich). De voorgeschiedenis leest als een spannend jongensboek, maar er is op internet zoveel over te vinden dat ik me beperk tot te herinneren aan de kwalijke rol die Arthur Seyß-Inquart in dezen heeft gespeeld. (Hij was tijdens de bezetting van Nederland hoogste baas (Reichskommissar). Op het grote proces van Neurenberg werd hij wegens misdaden tegen de menselijkheid ter dood veroordeeld en op 16 oktober 1946 eindigde zijn leven aan de galg).
Na de oorlog zijn in Oostenrijk stemmen opgegaan die het land bestempelden tot het eerste slachtoffer van de nazi-agressie. Welke stelling niet onomstreden is. Zo legde de Duitse schrijver Erich Kästner (Emil und die Detektive, Die verschwundene Miniatur) 'Fräulein Oostenrijk', een dom blondje van het platteland, het volgende gedichtje in de mond:
Ich habe mich zwar hingegeben,
Doch nur weil ich gemußt.
Geschrien hab ich nur aus Angst
Und nicht aus Lieb und Lust.
Und daß der Hitler ein Nazi war -
Das hab ich nicht gewußt.
Over Kästner gesproken: hij was een van de auteurs wiens werken door de nazi's in het openbaar werden verbrand. Hij stond er zelfs bij, in Berlijn. Tot hij door een bruinhemd werd herkend.  Hij wist niet hoe rap hij zich uit de voeten moest maken.


maandag 14 januari 2013

De Nederlander -- dat rare beest

De Nederlandse mens is toch eigenlijk een raar beest. Een verscheurend dier vreet van zijn prooi eerst de ingewanden, want het weet dat die niet alleen het gemakkelijkst te kauwen maar ook het lekkerst zijn; pas een tijdje later zet het zijn tanden in het spiervlees.

Wij verorberen bijna uitsluitend spiervlees en nauwelijks orgaanvlees. Goed, er komt wel eens een kalfslevertje op tafel, maar dan heb je het wel zo ongeveer gehad. Niertjes --  weinig keukenprinsessen weten hoe je ze moet ontpissen en zo zij dit al kunnen, walgen zij van de inderdaad onfrisse walm die daarbij vrij komt.

Hersens, pens -- wij vinden het nauwelijks goed genoeg voor Fikkie en Fluweeltje. Tijdens mijn Parijse studiejaren kregen we in de mensa één keer per week kalfshersens en één keer per week runderpens in een sausje waar een tomaat naast had gelegen. Dat laatste gerecht wekte bij mij als rechtgeaarde kaaskop aanvankelijk enige bevreemding; ik vond dat het spul leek op profielzolen van gymschoenen. Maar het ging er best goed in.

Tripes à la mode de Caen is zelfs een klassieker van de Franse cuisine.

Afbeelding: Deze leeuw had er even zin an. Geen wonder, na al dat orgaanvlees. (Idee?)

vrijdag 11 januari 2013

Opgewarmd -- mjam, mjam!

Wij Nederlanders gooien jaarlijks gemiddeld 50 kilo voedsel in de vuilnisbak. Tel je alleen de consumenten, dan kom je op een waarde van 2,4 miljard euro, zijnde 150 euro per pijpenkop.

Wanneer ik zoiets lees, schreit mijn hart; dan schraapt en schuurt het tegen mijn ethisch bewustzijn, want je hoort het goede der aarde niet te verkwisten. Eh, pardon: ik moet gewagen van 'wij' en 'ons', want mijn echtgenote en ik denken en voelen precies hetzelfde (althans ten aanzien van dit onderwerp.)

Vorig jaar is bij ons hooguit een keer of drie een geringe hoeveelheid voedsel weggegooid. En dat had dan nog te maken met het feit dat ik een maand bedlegerig ben geweest met een hardnekkige bacteriële infectie, zodat ik nauwelijks eten in mijn lijf kon houden.

Natuurlijk bereidt mijn vrouw wel eens een te royale portie. Maar dat eten belandt korte tijd in de koelkast en wordt opgewarmd. De Franse toneelschrijver Jean Anouilh laat in een van zijn stukken (uit het blote hoofd: Léocadia) een ober over zijn restaurant opscheppen: 'Hier wordt nooit iets opgewarmd.' Maar dat is komisch bedoeld. In feite is een opgewarmde hap dikwijls lekkerder dan een vers toebereide. Dat komt door de inwerking van zuurstof.

Vlees van zojuist geslachte runderen en varkens en zojuist geschoten wild zijn niet te eten. Je vernielt er je kakement mee. Het vlees moet besterven. In geval van wild spreekt men van 'adellijk worden'. (Het woordenboek omschrijft 'adellijk' zelfs als 'op het punt tot bederf over te gaan'.) Vroeger, toen klassieke eetcultuur nog hoger in het vaandel stond, werd wijn in principe gedecanteerd, niet slechts om droesem achter te houden, maar om het edele nat tussen fles en karaf de kans te bieden even met zuurstof in aanraking te komen; dat kwam de smaak ten goede.

woensdag 9 januari 2013

En Wim is bedankt

Mijn buurman Wim was een maand jonger dan ik. Hij leed aan hetzelfde euvel, een versleten SI-gewricht, met de daarbij behorende martelende pijnen. Ik heb mijn lijfarts zo gek gekregen dat zij mij pijnstillers van het zwaarste kaliber, zij het in een zeer lage dosering, voorschrijft. Ik ben pijnvrij en bijwerkingen, zelfs de klassieke als constipatie en gewenning, blijven uit.

Wim heeft zich door de specialist laten bepraten en zich laten opereren. Resultaat: onbevredigend. Wim heeft zich opnieuw laten bepraten en is voor de tweede keer onder het mes gegaan. Resultaat: een tijdje leek hij opgeknapt, maar na verloop van tijd begon de andere kant van zijn chassis hem te kwellen. Wim liet zich opnieuw bepraten en de chirurg ging ten derde male met zijn gereedschap op hem los. Hij, Wim, staat nu bij echtgenote Ger op het buffet. In een urn. Tijdens de laatste ingreep is er 'iets' mis gegaan, Wim heeft nog twee weken geleefd als een plant en toen ging de stekker eruit. Wim heeft, via zijn verzekering, alle vette rekeningen, van specialisten, ziekenhuis e tutti quanti, keurig betaald. Kerel, dat je bedankt bent weet je!

Ik blijf buiten de lopende discussie over het voorstel van het Centraal Planbureau het basispakket van de ziektekostenverzekering aan te passen. Ik houd alleen vast dat de desastreuze stijging van de ziektekosten dient te worden afgeremd. Hiervoor heb ik een plan dat even geniaal als eenvoudig is.

De fietsenmaker die de remmen van mijn zwijntje niet deugdelijk afstelt, hoef ik niet te betalen. De man heeft namelijk een zogenaamde zorgverplichting. De dokter hoeft mij niet beter te maken om voor honorarium in aanmerking te komen, want hij heeft een zogenaamde inspanningsverplichting, wat -- kort door de bocht -- wil zeggen dat hij zijn best moet doen. Mijn idee is nu dat de arts een zorgverplichting krijgt opgelegd.

Ook in de medische wereld wordt tegenwoordig toegegeven dat er te veel ingrepen worden verricht, in die zin dat ze nergens toe dienen (anders dan voor de bankrekening van de arts) of dat ze het karakter van een gok hebben. Ik denk dat menig medicus voor een behandeling zal terugschrikken, als zij weten dat zij er waarschijnlijk geen spie voor zullen beuren.

Ik besef heel wel dat dit idee een veel te grove zeef is, die niet altijd en overal (terminale patiënten, palliatieve zorg) gehanteerd kan worden. Aan deskundigen de taak de nodige verfijningen aan te brengen. Het beginsel echter zal ik blijven propageren.

dinsdag 8 januari 2013

Drie keer genaaid houdt beter

 
Je hoort het hoe langer hoe vaker: een minister, een politieke partij of een loslopende parlementariër die met een wetsvoorstel op de proppen wil komen, laat het eerst even doorrekenen door het Centraal Planbureau. Komen de rekenmeesters tot de conclusie dat het slecht is voor de werkgelegenheid of de overheidsfinanciën, dan het gaat meestal de papierversnipperaar in. Het CPB lijkt een heilige koe.
 
Is dat wijs? Een Brits cynicus heeft ooit gezegd dat instellingen als het CPB er altijd drie reeksen cijfers over een bepaald onderwerp op nahouden: een om de publieke opinie te belazeren, een om het kabinet te verneuken en een om zichzelf voor de gek te houden.