woensdag 18 april 2012

Huxley zet de tijd even stil (5 en slot)



Tot besluit een bloemlezing uit de vele kernachtige passages in Huxleys roman' Time Must Have a Stop'.

‘Perhaps dirt is the necessary condition of beauty,’ he continued. ‘Perhaps hygiene and art can never be bedfellows. No Verdi, after all, without spitting into trumpets.’

‘Everyone who wants to do good to the human race always ends in universal bullying.’

‘And then the Triumph of Education -- that deity to which his poor father had offered fifty thousand pounds and a Polytechnic Institute in yellow brick. Education, compulsory and gratuitous. Everybody had been taught to read, and the result was Northcliffe (staat voor de roddelpers - hk) and advertisements for cigarettes and laxatives and whiskey. Everybody went to school, and everywhere the years of schooling had been made a prelude to military conscription. And what fine courses in false history and self-congratulation! What a thorough grounding in the religions of nationalism! No God any more; but forty-odd Foreign Offices.’

'“Seek ye first all the rest” -- creditable virtues, social reform, instructive chats on the radio and the latest in scientific gadgets -- and some time in the twenty-first or twenty-second century the kingdom of God will be added.’

'To the surprise of Humanists and Liberal Churchmen, the abolition of God left a perceptible void. But Nature abhors vacuums. Nation, Class and Party, Culture and Art have rushed in to fill the empty niche. For politicians and for those of us who happen to be born with a talent, the new pseudo-religions have been, still are and (until they destroy the entire social structure) will continue to be extremely profitable superstitions. But regard them dispassionately, sub specie aeternitatis. How unutterably odd, silly and satanic!’

‘The world was full of septuagenarians playing at being in their thirties of even in their teens, when they ought to have been preparing for death, ought to have been trying to unearth the spiritual reality, which they have spent a lifetime burying under a mountain of garbage.’

dinsdag 17 april 2012

Huxley zet de tijd even stil (4)




Eén van de redenen waarom ik Aldous Huxley graag lees, is dat hij zo pakkend schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn portret van de bankier Fred Poulshot in 'Time Must Have a Stop' en je ziet de stofjas ten voeten uit.


'How much less awful the man would be, Eustace was thinking, as he ate his mutton and Brussels sprouts, if only he (Fred dus - hk) sometimes lost his temper, or got drunk, or went to bed with his secretary -- though God help the poor secretary if he did! But there had never been anything violent or extreme in Fred's behaviour. Except for being absolutely intolerable, he was the perfect husband. One who loved the routine of marriage and domestic life -- carving mutton, begetting children -- just as he loved the routine of being (what was it?) Secretary and Treasurer of that City and Far Eastern thingummy-bob. And in all that concerned these routines, he was the soul of probity and regularity. Sweat, get angry, deceive poor Alice with another woman? Why, he'd as soon embezzle the company's petty cash. No, no, Fred took it out of people in a very different way. He didn't have to DO anything; it was enough for him just to BE. They shriveled and turned black by mere infection.


Suddenly Mr. Poulshot broke the long silence, and in a dead, toneless voice asked for the red currant jelly.


Startled as though by a summons from the other world, Jim looked wildly round the table.'

maandag 16 april 2012

Huxley zet de tijd even stil (3)




Ik had dienst in de nacht dat president Kennedy werd vermoord. En zoals Hans van Mierlo op dat moment een pannetje stond te wassen, zo zat een van onze hoofdredacteuren thuis stevig te pimpelen. Hij was nog wel zo nuchter dat hij zich verplicht voelde naar de krant te stevenen. Daar begon hij, onder uitwaseming van een ferme kegel, directieven te geven, herstel: te schreeuwen, instructies bovendien die sloegen als een drol op een sluisdeur. Gelukkig kon ik iemand vinden om de man onder zachte dwang naar huis te brengen, alwaar hij zijn roes kon uitslapen. Gelukkig had ik de beschikking over een goede ploeg bureauredacteuren en zo konden we een behoorlijke krant maken.


Wat me als chef van de nieuwsdienst ook danig hinderde, was het feit dat onze parlementaire en onze Haagse redacteur (de eerste deed de Tweede Kamer en de Senaat, de ander de ministeries, de SER, de ambassades et cetera) ondermaats waren. Ik kreeg soms belangrijke kopij, die bestemd was voor de opening van de krant, maar die zo rommelig was dat ik ze van a to z moest herschrijven; waarvoor eigenlijk de tijd ontbrak.


Het was beslist wegens deze omstandigheid -- en niet de kwalijke gevolgen van mijn jojodienst voor mijn gezondheid -- dat ik op zekere dag moest verschijnen voor drie hoofdredacteuren om te vernemen dat het hun had behaagd mij te benoemen tot parlementair redacteur.


Nu had ik vroeger het politieke wereldje een beetje leren kennen en ik was alras tot de slotsom gekomen dat ik er allergisch voor was. Die enorme ego's, dat belabberde taalgebruik, die strebers, die rudimentaire culturele bagage, dat oorverdovende gedreun uit holle vaten! Ik antwoordde dus ik bijzonder gevleid was door dit aanbod, doch dat ik er geen gebruik van wenste te maken.


Natuurlijk barstte zenuwlijder Oyen in woede uit: het betrof hier niet een wens maar een bevel. Nu heb ik altijd gevonden dat je, wanneer je formeel de zwakkere partij bent, de sterkere op het verkeerde been moet zetten en aldus ten val brengen. Ik vroeg daarom of de heren de geschriften van Francis Bacon kenden. Nee, die kenden zij niet, zij hadden ook nooit van de man gehoord. Ik: 'Bacon heeft geschreven: "Politici gedragen zich als apen. Hoe hoger zij klimmen, hoe meer zij hun reet laten zien".' Daarmee was de zaak van de baan.


Ik kwam op deze herinneringen bij het lezen van 'Time Must Have a Stop'. Eén van de hoofdfiguren, Eustace Barnack, is, geheel in de traditie van zijn voorname familie, een gezien politicus, maar wanneer hij een weduwe met een aanzienlijk fortuin (en een zwak hart!) leert kennen, weet hij niet hoe gauw hij zich met haar terug moet trekken in Florence en vaarwel zeggen aan 'The sordid intrigues behind the scenes! The conscious or unconscious hypocrisy of every form of effective public speaking! The asinine stupidity of that interminable repitition of the same absurd over-simplifications, the same illogical arguments and vulgar personalities, the same bad history and and baseless prophecy! And that was supposed to be a man's highest duty.'


Overigens had ik het citaat van Bacon niet uit deze roman. Ik had het gevonden in een opstel van Huxley met de titel 'Decentralization and Self-Government'. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Bacon het niet had over politici in het algemeen maar over zogenaamde helden à la Napoleon en sommige Romeinse keizers; maar wisten die hoofdredacteuren veel!




zondag 15 april 2012

Huxley zet de tijd even stil (2)




Na mijn studie in Parijs kwam ik terug op mijn oude stek, de krant in Eindhoven. Voor mijn suggestie dat ik voortaan sociaal-economische commentaren zou schrijven, kreeg ik onmiddellijk de handen op elkaar. Mijn eerste bijdrage was een vlammend pleidooi voor vermogensaanwasdeling, dat wil zeggen: werknemers hadden niet slechts recht op loon maar ook op een deel van de winst.


De direccteuren, behoudende Brabantse kapitalisten, schrokken zich een kriek. Wat voor vogel hadden zij nu in huis gehaald? Kennelijk een rode rakker, een oproerkraaier, een bolsjewiek die de bijl wilde leggen aan de wortels van de dankzij Gods gunst zo bloeiende boom, ja, zijn moordende mijn wilde leggen onder de fundamenten van het door Onze Lieve Heer gewilde maatschappelijk bestel. De commentatorenpen werd mij nog dezelfde dag uit de vingers genomen en ik werd gebombardeerd tot chef van de nieuwsdienst.


In die rol voelde ik me diep ongelukkig, om uiteenlopende redenen. Het was om de week dag- en nachtdienst en dat voortdurende verzetten van mijn biologische klok hield ik niet uit. Ik kreeg de ene ontsteking na de andere, nu eens hier, dan daar, mijn huisarts snapte er niets van, onderzoeken in laboratorium en polikliniek maakten hem geen snars wijzer. (Toen ik het plakkertje van de apotheek van mijn flacon geneesmiddelen had verwijderd, trof ik een etiket aan met... een doodshoofd.)


Wat me ook danig dwarszat, was het feit dat ik te maken had met vier hoofdredacteuren: drie van onszelf en één van onze zusterkrant. Over structuren van bevelvoering gesproken! Wie vier hoofdredacteuren heeft, heeft er natuurlijk helemaal geen.


Die van buiten, zekere Jan Oyen, was de op één na grootste klootzak die ik ooit heb gekend. (De ergste was Louis Frequin, hoofdredacteur van 'De Gelderlander' en gewezen fascist.) Oyen was voor zijn baan totaal ongeschikt. Hij had woedeaanvallen (die hij vergeefs bestreed met aanzienlijke hoeveelheden broom), hij kafferde journalisten op de meest onheuse wijze uit (zodoende enkele prima krachten de deur uitjagend), hij dronk meer dan goed voor hem was en... kon zelf helemaal niet schrijven; ik heb althans nooit één letter van hem gelezen. Een geliefkoosd gespreksthema van hem was de culturele achterlijkheid van de journalist. Ik hoor het hem nog zeggen: 'Wie van hen heeft Burckhardts ''De cultuur van de Renaissance in Italië'' gelezen?' Ik heb hem er altijd sterk van verdacht dat dit zijn enige lectuur was geweest; ik heb hem althans nooit een ander boek horen noemen en met hem ook nooit een woord kunnen wissselen over beeldende kunsten, muziek of bellettrie. Op raadselachtige wijze echter had hij de hoofddirectie wijs weten te maken dat de ganse bezetting van de krant in Eindhoven, vanaf de drie hoofdredacteuren tot en met de leerling-verslaggevers, bestond uit brekebenen, met hier en daar een half zwakzinnige, en zo kwam hij elke middag uit Den Bosch aanstuiven om ons allen op hart en nieren te proeven.


Afbeelding: Wat dit allemaal te maken heeft met het boek van Huxley zal in de volgende afleveringen worden onthuld.


zaterdag 7 april 2012

Huxley zet de tijd even stil (1)



Aldous Huxley koesterde over tal van onderwerpen zeer uitgesproken meningen. Die hij met verve -- en niet zelden provocerend -- verkondigde. Niet slechts in zijn opstellen, ook in verschillende romans. Gezegd moet worden dat het essayistische element niet altijd op gelukkige wijze is versmolten met het romaneske. Dat vond Huxley zelf ook, getuige een interview dat hij een paar jaar vóór zijn dood toestand aan het prestigieuze tijdschrift 'Paris Review'. De integratie van beide elementen was volgens hem het best geslaagd in zijn roman 'Time Must Have a Stop' (verschenen in 1944.)

Ik lees Huxley al bijna zestig jaar, maar van dat werk had ik zelfs nog nooit gehoord. Deze beschamende toestand mocht, meende ik laatst, niet bestendigd blijven. Op het internet geplankzeild naar Boekwinkeltjes en, jawel, bij de eerste klik bingo. Het boek werd voor een grijpstuiver aangeboden door... een dorpsgenoot. En -- is dat niet krimmineel? -- deze heer heeft de gewoonte om, nadat een bestelling hem per e-mail heeft bereikt en nog voordat hij om betaling vraagt, in ons dorp en omgeving het geschrift te komen brengen, waartoe hij geheel gratis op zijn zwijntje springt.

In volgende afleveringen enkele kernachtige citaten uit de roman.

Afbeelding: Dit is een plaat van de Amerikaanse illustrator Robert A. Maguire voor 'Time Must Have a Stop'. Hij leefde van 1921 tot 2005. Uit zijn penselen zijn ruim 600 boekomslagen gevloeid.

(wordt vervolgd)

donderdag 5 april 2012

Gezondste dieet: groenten en water (Huxley 4)



Hoofdpersoon Anthony Beavis laat zich door zijn makker Mark Staithes overhalen mee te gaan naar Zuid-Amerika, waar de laatste een inheemse opstandeling wil helpen een revolutie te ontketenen. In de rimboe ontmoeten zij de Schotse arts James Miller. En dat is maar goed ook, want Mark heeft bij een val van zijn muildier een kniewond opgelopen, zijn been is lelijk ontstoken en moet acuut gedeeltelijk worden geamputeerd, anders is hij ten dode opgeschreven.

Miller is een geheide vegetariër. Hij leeft op groenten en water: 'I eat like a Buddhist, because I find it keeps me well and happy...'

En hij vervolgt: '... because you poison yourself with too much animal protein. Like millions of other people, of course! What's the greatest enemy of Christianity today? Frozen meat. In the past only members of the upper classes were thoroughly sceptical, despairing, negative. Why? Among other reasons, because they were the only people who could afford to eat too much meat. Now there's cheap Canterbury lamb and Argentine chilled beef. Even the poor can afford to poison themselves into complete scepticism and despair. And only the most violent stimuli will rouse them to purpositive activity, and, what's worse, the only activity they'll undertake is diabolic. They can only be stimulated by hysterical appeals to persecute Jews, or murder socialists or go to war.'

woensdag 4 april 2012

Een pijl op zijn boog (Huxley 3)



Een welversneden pijl op de boog van Aldous Huxley is de satire. Vooral in zijn vroege werken 'Crome Yellow' van 1921 en 'Antic Hay' van 1923 (onlangs weer eens gelezen; verrukkelijk boek) schiet hij er lustig op los. Minder in 'Eyeless in Gaza', maar niet afwezig, getuige het volgende citaat.

'Theatres were closing. Helen brightened suddenly to a mood of malevolent high spirits. Commenting in a ringing voice on passers-by. As though we were at the Zoo. Embarrassing, but funny and acute, as when she pointed to the rich young men in top-hats...; to the women trying to look like Vogue, or expensive advertisements (for winter cruises or fur coats), heads in air, eyelids dropped superciliously -- or slouching like screen vamps, with their stomachs stuck out, as though expecting twins. The pitiable models on which people form themselves!'