Posts tonen met het label Kloos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kloos. Alle posts tonen

zaterdag 5 januari 2013

Graag wat aandacht voor Willem Paap

In mijn blogje van 3 dezer over Marcellus Emants repte ik over de Tachtigers Willem Kloos en Lodewijk van Deyssel. Dat bracht me op de persoon van Willem Paap (foto; circa 1890.)

Hij werd in 1856 te Winschoten geboren in een eenvoudig gezin. Eenmaal onderwijzer, wilde hij gaan studeren. Hij voelde het meest voor letterkunde, maar zijn vriend Multatuli raadde hem dat af: daar was geen droog brood in te verdienen. Hij koos voor rechten en vestigde zich als advocaat.

Zijn liefde voor de schone letteren bleef echter intact. Zo werd hij een der oprichters van het tijfschrift De Nieuwe Gids, de spreekbuis van de Beweging van Tachtig. Al na een jaar verliet hij de redactie. Het waarom is mij niet duidelijk geworden; misschien kon hij niet op tegen de enorme ego's van sommige auteurs. Kloos noemde zichzelf 'een God in het diepst van mijn gedachten' en Van Deyssel schreef zijn vader, de plechtige grand bourgeois Joseph Alberdingk Thijm: 'Gij kunt het niet helpen dat gij minder zijt dan ik.'

De naam Willem Paap zal weinigen nog iets zeggen. Jammer. In het voorwoord tot de derde druk (1936) van Paaps roman Vincent Haman verwonderde de vermaarde criticus Menno ter Braak zich dat het boek sedert de verschijning in 1898 zo weinig aandacht had getrokken.

Vincent Haman is een sleutelroman. De familie Haman staat voor de Nederlandse letterkunde, de titelfiguur voor Van Deyssel. Ik deel het gevoelen van Ter Braak; ik heb het boek een paar decennia geleden gelezen en vond het hoog interessant.

Voor zijn gezondheid verkaste Paap, na enkele jaren Berlijn, zich naar het bosrijke Zeist; waar hij in 1923 is overleden.

donderdag 3 januari 2013

MARCELLUS EMANTS, DEZE KANJER

Mijn lange bedlegerigheid heeft althans als voordeel gehad dat ik mij onbeschroomd kon overgeven aan een van mijn ondeugden, die van het lezen. En misschien was het te danken aan een bepaalde conjunctie van planeten (ik heb van die dingen totaal geen verstand) dat ik mij stortte op het oudere Nederlandse werk.

Wat werd er vroeger toch goed geschreven!

Door Marcellus Emants bijvoorbeeld (Voorburg, 1848-Baden, Zwitserland, 1923), een van de weinige Nederlandse auteurs uit de naturalistische school. De Super-Tachtiger Wilem Kloos noemde hem ‘de Johannes Baptista (wegbereider, hk) der moderne literatuur’.

Als zijn beste werk geldt ‘Een nagelaten bekentenis’ uit 1894, een roman over een man die zijn vrouw heeft vermoord. Het werd destijds geprezen door een komeet aan het firmament van de schone letteren, te weten Oscar Wilde. Niet zonder betekenis is ook dat het in 1976 is vertaald, als ‘A Posthumous Confession’, door een andere grootheid, de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee (in 2003 gelauwerd met de Nobelprijs.)

Van Emants heb ik de afgelopen maanden een stuk of vier werken gelezen, laatstelijk zijn lijvige roman ‘Inwijding’ uit 1901, die gaat over de onmogelijke liefde tussen een jonge jurist van goeden huize en een vrouw van lichte zeden. Het is niet alleen een boeiend verhaal op zich, andere pakkende aspecten zijn de geharnaste tirades van de schrijver tegen de burgerlijke moraal en de meesterlijke tekening van letterlijk alle figuren (daarbij vergeleken is Harry Mulisch slechts een krullenjongen.)

Emants wordt gezien als een voorloper van de Tachtigers. Hij sympathiseerde met hun opvattingen over de autonomie van de kunst, maar moest niet veel hebben van hun woordgegoochel. Waarvan hij overigens niet geheel onbesmet is gebleven. Nu vind ik dat geen bezwaar; naar mijn mening moet je alles in zijn tijd plaatsen; wie er zich toch aan stoort, leze er maar snel overheen.

De Antwerpse auteur Maurice Gilliams (1900-1982) heeft ooit geschreven: ‘Lodewijk van Deyssel is een hele grote meneer. Als die man in het Frans geschreven had, zou hij wereldberoemd zijn geworden.’ Ik durf te beweren: dat geldt stellig ook voor Marcellus Emants. Hij zou zijn opgenomen onder de veertig ‘onsterfelijken’ van de ‘Académie’. En op de Nobelprijs zou hij ook een gerede kans hebben gemaakt.

(Afbeelding: Emants anno 1897. Lithografie van Theo Kerstel)