Posts tonen met het label Mulisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mulisch. Alle posts tonen

donderdag 3 januari 2013

MARCELLUS EMANTS, DEZE KANJER

Mijn lange bedlegerigheid heeft althans als voordeel gehad dat ik mij onbeschroomd kon overgeven aan een van mijn ondeugden, die van het lezen. En misschien was het te danken aan een bepaalde conjunctie van planeten (ik heb van die dingen totaal geen verstand) dat ik mij stortte op het oudere Nederlandse werk.

Wat werd er vroeger toch goed geschreven!

Door Marcellus Emants bijvoorbeeld (Voorburg, 1848-Baden, Zwitserland, 1923), een van de weinige Nederlandse auteurs uit de naturalistische school. De Super-Tachtiger Wilem Kloos noemde hem ‘de Johannes Baptista (wegbereider, hk) der moderne literatuur’.

Als zijn beste werk geldt ‘Een nagelaten bekentenis’ uit 1894, een roman over een man die zijn vrouw heeft vermoord. Het werd destijds geprezen door een komeet aan het firmament van de schone letteren, te weten Oscar Wilde. Niet zonder betekenis is ook dat het in 1976 is vertaald, als ‘A Posthumous Confession’, door een andere grootheid, de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee (in 2003 gelauwerd met de Nobelprijs.)

Van Emants heb ik de afgelopen maanden een stuk of vier werken gelezen, laatstelijk zijn lijvige roman ‘Inwijding’ uit 1901, die gaat over de onmogelijke liefde tussen een jonge jurist van goeden huize en een vrouw van lichte zeden. Het is niet alleen een boeiend verhaal op zich, andere pakkende aspecten zijn de geharnaste tirades van de schrijver tegen de burgerlijke moraal en de meesterlijke tekening van letterlijk alle figuren (daarbij vergeleken is Harry Mulisch slechts een krullenjongen.)

Emants wordt gezien als een voorloper van de Tachtigers. Hij sympathiseerde met hun opvattingen over de autonomie van de kunst, maar moest niet veel hebben van hun woordgegoochel. Waarvan hij overigens niet geheel onbesmet is gebleven. Nu vind ik dat geen bezwaar; naar mijn mening moet je alles in zijn tijd plaatsen; wie er zich toch aan stoort, leze er maar snel overheen.

De Antwerpse auteur Maurice Gilliams (1900-1982) heeft ooit geschreven: ‘Lodewijk van Deyssel is een hele grote meneer. Als die man in het Frans geschreven had, zou hij wereldberoemd zijn geworden.’ Ik durf te beweren: dat geldt stellig ook voor Marcellus Emants. Hij zou zijn opgenomen onder de veertig ‘onsterfelijken’ van de ‘Académie’. En op de Nobelprijs zou hij ook een gerede kans hebben gemaakt.

(Afbeelding: Emants anno 1897. Lithografie van Theo Kerstel)

donderdag 13 januari 2011

Het leerboek en het leesboek (1)



Nimmer had zij zich veroorloofd op een stoel achterover te leunen. Zo ongeveer kenschetst Anthony Trollope (1815-1882) de heldin van zijn roman Can You Forgive Her? Idee: het is dus een vrouw uit de hogere kringen. Vrouwen die onderuit zakten, behoorden tot het lagere volk of wilden niet deugen. (In die prachtige, heerlijke kostuumdrama's van de BBC zie je de nette meisjes ook allemaal zo opgeprikt zitten; ja, die Britse regisseurs kennen hun klassieken! Vergelijk hiermee deze passage uit Martin Walsers Halbzeit uit 1960: Sophie saß im Sessel, als habe man sie hineingebunden.)


Het gaat mij om het volgende. Als je de sociale geschiedenis van een land in een bepaalde periode wilt leren kennen, verdient het aanbeveling een degelijk studiewerk te raadplegen. Doch wie daarnaast de goede romanschrijvers uit die tijd leest, verwerft een dubbele bonus: hij krijgt het wel en wee van onze voorouders opgediend uit de eerste hand en bovendien, zoals de Fransen zeggen, gezien via een temperament, met andere woorden: waarom pikt de auteur er juist dit detail uit, wat zegt dat over hem en zijn kunst?


Ik ben nooit zo veel te weten gekomen over de controverse Réveil-Groninger School, een richtingenstrijd in het Nederlandse protestantisme, en haar uitwerking op het klootjesvolk als bij lezing van Het Leesgezelschap van Diepenbeek. Terzijde: deze in 1847 verschenen roman tintelt van fijne humor, wat niet heeft belet dat de auteur, P. van Limburg Brouwer (1795-1847; afbeelding), volledig vergeten is. Een schande! Voor genoemd werk geef ik Twee vrouwen van Harry Mulisch, De leeuw en zijn huid van Simon Vestdijk en vooral De wetten van Connie Palmen onmiddellijk cadeau.


En hoe veel boeiende, ontroerende, jolige, schrijnende, verrassende bijzonderheden over het dagelijks leven op het ondermaanse van voorbije eeuwen kunnen we niet peuren uit de geschriften van Nicolaas Beets, Jacob van Lennep, Truitje Bosboom-Toussaint...


(wordt vervolgd)

vrijdag 23 juli 2010

Verslingerd aan Powys (5)

Bij vorige gelegenheden heb ik al als mijn mening verkondigd dat een auteur die een hartige portie erotiek wil opdienen, spaarzaam met ingrediënten moet omspringen. Veel hedendaagse Nederlandstalige schrijvers (en schrijfsters!) blijken er gans anders over te denken. Met catastrofale gevolgen. De zo gedetailleerde seksscènes bij Hemmerechts, Palmen, Rood, Van Royen, Mulisch, Claus e tutti quanti bereiken het tegendeel van wat ze beogen, ze zijn ronduit lachwekkend, potsierlijk, clownesk.

Nee, dan John Cowper Powys! Iris Murdoch, een der grandes dames van de Engelse literatuur, placht te zeggen dat naar haar smaak niemand beter over seks kon schrijven dan Powys en A.N. Wilson is het in zijn voorwoord tot Wolf Solent daarmee eens: 'In één scène uit dit boek zitten Christie Malakite en Wolf handje in handje in een tarweveld. Het is pikdonker. Er gaan geen kleren uit, er is geen geslachtsverkeer, maar de scène, een zoals alleen Powys had kunnen schrijven, is heviger geladen met erotische gevoelens dan talrijke bladzijden "expliciete seks".'

De passage is te lang dan dat ik er een overtuigend gedeelte van kan aanhalen. Als compensatie een paar andere alinea's die kenmerkend zijn voor het proza van Powys.

'What a world it is in itself,' he muttered, 'any little overgrown path!'
The curious satisfaction which this secluded cart-track gave him caused him to stand still in the midddle of the path. The hedges sheltered him from the wind. The spirit of the earth called out to him from the green shoots beneath his feet. Faint bird-notes kep sounding from unseen places. The cold sky prevented them from completing their songs; but the stoicism of life in those feathered hearts refused to be silenced.
His consciousness, as he stood there, seemed to stretch out to all the reborn life in the whole countryside. 'Good is stronger than Evil,' he thought, if you take it on its simplest terms and set yourself to forget the horror! It's mad to refuse to be happy because there's a poison in the world that bites into every nerve. After all, it's short enough! I know very well that Chance could set me screaming like a wounded baboon -- every jet of philosophy gone! Well, until that happens, I must endure what I have to endure.'

(wordt vervolgd)