
Hier een typisch brokje proza van Powys, uit de roman Wolf Solent. Achtergrond: de oude boekhandelaar Malakite is zojuist gestorven en zijn dochter Christie werpt zich voorover op de sofa, de met rozen geborduurde bekleding met tranen besproeiend.
How could there be so much salt water in one tiny skull?
The tears of women! How from the beginning of time they had washed away every kind of evil thing, every kind of deviltry! Down the centuries had flowed those tears, clearing our race's conscience from poisons, washing clean the mind of man from the torture of rational logic, washing it clean from the torture of memory, recreating it, fresh, careless, free, like a child new-sprung from the womb! But how could such a wide, dark, wet stain upon those pink roses have come from so small a skull!
Tijdens het lezen had ik deze passage al geselecteerd voor een logboekje, omdat zij, vond ik, wel eens een bewijs zou kunnen vormen voor de stelling dat Powys een teken van tegenspraak is: hemelhoog bejubeld of de grond in getrapt. Van mijn oude leraar Grieks, pater Anacletus ter Huurne, heb ik opgestoken dat je voorwoorden altijd het laatst moet lezen. En zie, in dat tot Wolf Solent behandelt A.N. Wilson uitgerekend dit tekstje. Hij kan zich voorstellen dat dit soort proza niet iedere lezer zal aanspreken: The passage just quoted will strike some as overwritten; and many contemperary readers will consider its attitude to be incompatible with an enlightened view of the equality of the sexes. In particular the identification of the 'female' with the irrational will be deemed offensive.
Wilson is overigens niet van mening dat het Britse middelbaar en hoger onderwijs Powys hierom negeren. Dat doen zij ook niet ten aanzien van D.H. Lawrence, Ezra Pound en W.B. Yeats.
(wordt vervolgd)
donderdag 22 juli 2010
Verslingerd aan Powys (4)
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
06:20:00
0
reacties
Labels: bellettrie, Powys, Wilson
woensdag 21 juli 2010
Verslingerd aan Powys (3)
In een gezonde wereld zou de naam van John Cowper Powys (1872-1963) even beroemd zijn als die van D.H. Lawrence of James Joyce. Zo opende de romancier en criticus A.N. Wilson zijn voorwoord tot de nieuwe uitgave van Wolf Solent in de Penguin Classics (anno 2000; de roman verscheen in 1929).
In het doorwrochte The Modern Writer and His World van G.S. Fraser (herziene versie van 1964) is alleen sprake van T.F. Powys, a member of a very gifted Welsh family of writers; het betreft Johns broer Theodor, tegenwoordig zo goed als vergeten, John zelf wordt niet genoemd. In het eveneens zeer gedegen The English Novel van Walter Allen komt de naam Powys zelfs helemaal niet voor; ik heb het over de herdruk uit 1970, toen de auteur van Wolf Solent dus al zeven jaar dood was, met achterlating van een enorm oeuvre, waarvan de belangrijkste stukken door fijnproevers voor geniaal worden gehouden.
Aan een artikel van Martin Ros in de NRC van 18 juli 1983 ontleen ik dat Powys eindelijk aan het doorbreken was, in Duitsland en vooral in Frankrijk. In ons land zag hij 'het al jaar en dag bestaande Powys-circuit allengs' groeien; hij vermeldde Vestdijks en Brakmans bewondering voor de Brit en Louis Lehmanns vele artikelen in Literair paspoort.
In zijn voorwoord vraagt Wilson zich af waarom middelbare scholen en universiteiten Powys weerden (en nog altijd weren? - hk) uit hun canons van Engelse literatuur. Gedeeltelijk misschien, zo denkt hij, omdat de formidabele omvang van 's mans romans menig lezer afschrikt: Much as I love and admire him, I have not yet finished his 873-page masterpiece 'Porius - A romance of the Dark Ages'. Maar daaraan kan het volgens hem niet hoofdzakelijk liggen. Het probleem is dat Powys zeer moeilijk in een hokje onder te brengen is. Docenten houden van auteurs die zij kunnen classificeren en Powys is uniek.
(wordt vervolgd)
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
06:17:00
2
reacties
zondag 18 juli 2010
Verslingerd aan Powys (2)

Het valt niet mee uiteen te zetten waarom ik me heb aangesloten bij de kleine bent bewonderaars van John Cowper Powys en nog wel als bij een verliefdheid van de klasse coup de foudre. In het algemeen geef ik geen duit -- of, zoals de Italianen zeggen, geen droge vijg -- voor de tekstjes op de achterflap van boeken, maar in het geval van Wolf Solent maak ik een uitzondering. De roman wordt hier omschreven als a meditation on life and death, good and evil, body and soul, combining the earthy and everyday with the spiritual; dat slaat de spijker op de kop.
Powys doet zich in Wolf Solent, de eerste van zijn vier lijvige tot zeer lijvige West Country-romans, kennen als een vlees geworden ontleedmes van gedachten, gevoelens, stemmingen en motiveringen en omdat hij bovendien vaak 'op zoek is naar de verloren tijd', dringt een vergelijking met Marcel Proust zich op; met dien verstande dat de Brit een volstrekt eigen geluid laat horen.
Dan is daar Powys' natuurlyriek. Van Thomas Hardys The Return of the Native is wel gezegd dat het heidelandschap een van de hoofdpersonen is. Bij Powys mag je dat beweren over Dorset: zijn heggen, zijn vijvers, zijn flora, zijn fauna, zijn holle weggetjes. Powys heeft als jonge man Hardy trouwens ontmoet; maar ook hier geldt dat hij een geheel eigen, met geen ander te verwarren handschrift te boek stelt.
Fascinerend vind ik ook de subtiele gelaagdheid van Wolf Solent: naast de natuurbeschrijvingen en de analyse van zielkundige processen de literaire verwerkingen van hoofdstukken uit de wijsgerige kenleer, de indringende, onvergetelijke tekening van karakters en -- niet te vergeten -- de erotiek van een kaliber dat zijn weerga nauwelijks elders vindt, alsook de manier waarop de auteur een en ander met elkaar vervlecht.
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
06:23:00
2
reacties
Labels: bellettrie, Bowen, Hardy, Powys, Proust
zondag 11 juli 2010
Verslingerd aan Powys (1)
Wachtend, terwijl vrouwlief met meesterhand koffie aan het brouwen was in ons Italiaans machientje, trok ik op goed geluk een boek uit de kast. Het was de verhalenbundel Seven by Five van H.E. Bates. Heel lang geleden gelezen, maar mij niet herinnerend dat het voorwoord was gevloeid uit de pen van Henry Miller. Hé, interessant toch! Ik las dat Miller een onsterfelijke bewondering koesterde voor John Cowper Powys en diens A Glastonbury Romance voor de beste Engelstalige roman hield. Nu moet men dergelijke kwalificaties, ook al stammen zij van Henry Miller (voor mijn part juist omdat zij van hem zijn), met een korreltje zout nemen; op het gebied van de schone letteren kan immers geen sprake zijn van een heilig evangelie. Desondanks maakt zo'n uitspraak van zo'n figuur nieuwsgierig. Bovendien was ik not amused: heb ik mij suf gelezen en had ik nog nooit een boek van Powys opengeslagen; ik was er zelfs niet zeker van dat zijn naam bij mij een belletje deed overgaan.
Het geluk is met de deugnieten, dat wisten de oude Romeinen reeds, en zo vond ik de volgende ochtend in de boekenhoek van onze kringloopwinkel Powys' Wolf Solent. Powys is, om het bijbels te formuleren, een teken van tegenspraak: sommigen gooien zijn boeken na luttele bladzijden, verveeld, ja geërgerd terzijde, anderen zijn na een paar pagina's aan hem verslingerd; tot de laatsten behoor ik. Powys gaat door voor een moeilijk auteur, te meer daar hij voor verschillende van zijn boeken 'er eens even voor is gaan zitten': rond de 700, ja, 1.100 bladzijden. Mij schrikt dat niet af, eerder is het tegendeel het geval; maar ja, wie Proust leest, staat voor niets.
Wolf Solent is de eerste van Powys' vier West-Country romans. Ik was zo gelukkig de derde, Weymouth Sands, op Boekwinkeltjes te kunnen betrekken van een allervriendelijkste echtpaar (dat me ook heeft geholpen aan Powys' historische Owen Glendower en het science fiction-achtige Morwyn). Nummer 2, A Glastonbury Romance, heb ik al sedert 19 juni in bestelling bij Bol.com (het bolcomt maar niet) en Maiden Castle staat nog op mijn verlanglijst.
Powys heeft zich pas na zijn vijf kruisjes voor het grotere romanwerk aangegord (hij is bijna 91 geworden; 1872-1963). Hij vond dat hij zich eerst in de wereldliteratuur moest verdiepen; interessant is dat hij daarom Louis Couperus en Marcellus Emants heeft gelezen.
Ik geef mij er rekenschap van dat dit stukje nogal anekdotisch is. In verdere afleveringen hoop ik in te gaan op het boeiende van deze auteur en enkele kenmerkende staaltjes van zijn kunst te verstrekken.
(wordt vervolgd)
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
07:51:00
8
reacties
Labels: bellettrie, Powys
maandag 5 juli 2010
Ik ben een vreselijke snob...

Ik heb geen enkele wedstrijd van het wereldkampioenschap voetbal bekeken en zal ten dezen mijn leven ook niet beteren. Ik ben namelijk een vreselijke snob. Van wat de schrijver Jan Greshoff 'het kinderachtig gerep achter de bal' noemde heb ik geen bal verstand en ik heb ook nooit moeite gedaan er kijk op te krijgen, nademaal ik er niks an vind.
De massahysterie rond deze tak van sport vervult mij met afschuw, ja, met vrees. Het schijnt dat de Argentijnse ploeg, ofschoon door de Mannschaft ontmanteld en vernederd, bij terugkeer in het vaderland door een uitzinnige menigte als een gezelschap helden is toegejuicht en dat haar trainer, de pias Maradona (foto), in één adem door werd gesmeekt toch vooral niet de handdoek in de ring te gooien. Het lijkt wel het evangelieverhaal over de Emmaus-gangers: Blijf bij ons, Heer, want het wordt zo donker om ons heen.
Het wil mij geheel vrijblijvend voorkomen dat al die bierbuikige kerels die met een krat pils (veel te veel calorieën) en zakken chips (veel te vet, veel te zout) voor de buis hangen, er verstandiger aan zouden doen een pittige wandeling langs de lieflijke Linge of door het dromerige dal van de Jeker te maken en vervolgens een goed boek te lezen.
Sportverdwazing... Ik droeg nog een plus-four -- ik moet 14 zijn geweest -- toen ik een spotprent vond die mij altijd is bijgebleven. Links een mensenmassa die aan atlete huldigt; onderschrift: 'Gouden medaille gewonnen. 11,5 seconden.' Rechts een nonnetje dat moederziel alleen op de tram staat te wachten. Onderschrift: 'Melaatsen verzorgd. 30 jaar.'
Terwijl ik dit schrijf, moet ik denken aan een boutade van Gerard Reve: Zuster Immaculata, die al vierendertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoont en eten voert, zal nooit haar naam vermeld zien. Maar elke ongewassen aap met een bord: dat hij vóór dit of tegen dat is, en het verkeer verspert, ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee. Toch goed dat er een God is.
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
15:48:00
6
reacties
Labels: Scènes de la vie quotidienne, Sport
donderdag 1 juli 2010
Wat is geluk? Wat is mooi?
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
06:10:00
3
reacties
Labels: Citaten -- tot lering en vermaak
maandag 28 juni 2010
Uit die step-ins en borstrokken!

Het ligt voor de hand dat menige schone tijdens deze tropendagen zich luchtig tot zeer luchtig onder het voetvolk wil mengen. Maar het nare stemmetje laat zich niet smoren: kan ik het me wel permitteren? Er wordt dus gemeten en de gulden standaard geraadpleegd: het been, van lies tot voet, dient vier maal de grootte van het hoofd, van kruin tot en met kin, te tellen; de omtrek van de dij, vanaf de aanzet, iets meer dan 2/3 van de taille; de kuit gelijk aan de hals; de omtrek van de enkel lichtelijk meer dan de helft van de hals of een tikkeltje minder dan de lengte van de vuist.
Maar wat, indien de dij nogal mollig blijkt en de kuit gespierd? Dan richt u zich natuurlijk tot mij met de volgende vraag: 'Heer Henk, gij die zo lange tijd op de harde weg waart, gij die internationale faam als kenner van de vrouwelijke anatomie genietet, gij die zo menig flink in het vlees zittende Eva verkwiktet, wat raadt gij mij aan?'
En dan luidt mijn antwoord als volgt: 'Gaat na of uw centimeter het loodje van het ijkwezen draagt. 100 tegen 1 is dat niet het geval. Het is dus een instrument van lik mijn vestje en de meting is derhalve onbetrouwbaar. Ergo: gij moogt er wezen. Uit dus die handel, uit dat korset, uit dat kamizool, de paden op, de lanen in!
Geplaatst door:
Et in Arcadia ego
* tijd:
17:08:00
0
reacties
Labels: Scènes de la vie quotidienne

